Durven willen wat je wil

Mijn (onbewuste) lievelingsstrategie om me niet beperkt te voelen is: wanneer ik iets niet kan dat ook niet willen. Dat werkte heel goed. Tot vorige week. 

Vorige week veranderde de wereld in een magisch sneeuw- en ijslandschap. Ik woon in de uiterwaarden en om onze boerderij heen waren de weilanden ondergelopen en bevroren. Daar zat ik dan op een ochtend op het ijs, het uitgestrekte stille winterlandschap voor me. En ik wilde niets liever dan erop uit, die wereld verkennen. Te voet of te schaats, het maakte niet uit, maar op weg door die prachtige natuur. Op avontuur! 

Maar dat ging niet. Ik had last van mijn enkels en kon amper lopen of schaatsen. Normaal gesproken zou ik mezelf wijsmaken dat ik er helemaal niet op uit wilde, dat ik zin had in gewoon wat lezen, rusten of werken aan mijn blog. Maar dat lukte niet. Niet nu. Opeens zag ik dat ik mezelf altijd zo voor de gek houd. Dat ik mezelf voorlieg dat ik iets wil wat ik wel kan, zodat ik niet de pijn hoef te voelen om wat ik niet kan. Maar ik kon mezelf niets meer wijsmaken.

Datgene te zien wat je echt wil maar niet kan, vraagt veel moed. Veel makkelijker is het om te doen alsof je iets anders wil. Ik zou bijvoorbeeld eerder zeggen "Ik wil een zo goed mogelijk leven leiden ondanks mijn beperkingen," dan: “Ik wil gezond zijn, vrij van pijn en beperkingen.” Of: “Ik wil knus binnen iets doen,” in plaats van “Ik wil erop uit, maar het lukt me niet.” Maar hoe kun je naar iets toewerken als je het niet eens durft te wensen?

Mijn naasten hielpen me mijn verdriet te erkennen, te voelen en te uiten. Dat lukte me zelf nog niet. Ik wilde het niet voelen, ik wilde anderen er niet mee belasten, en ik vond dat ik niet moest zeuren: ik heb het verder zo goed. Maar het hielp. Niet langer hoefde ik datgene wat ik voelde te onderdrukken, of mijn frustratie op andere dingen te richten. Ik voelde verdriet, maar ook kalmte. Voelen wat je echt wil en dat niet kunnen is zoveel beter dan doen alsof je iets anders wil en onderhuids gefrustreerd blijven. 

Ik zag in: mijn verdriet toont me wat voor mij echt van waarde is, waarnaar ik écht verlang in het leven. En dat is onderweg zijn in de natuur. Nu weet ik dat, en dat maakt me ook vrolijk: het is een mooi verlangen en het hoort bij mij. Het is zo'n krachtig gevoel, weten wat je hart beweegt! En durven willen wat je wil.

En wat deed ik op de dag dat ik sip op het ijs zat en zelf niet kon lopen of schaatsen? Mijn huisgenoten namen me op een sleetje mee het ijs over. En zo werd het alsnog een heerlijke dag!

Vragen voor jou

  • We hebben allemaal onze manieren om pijn en verdriet niet te hoeven voelen. Herken je je in de mijne? Heb je nog andere strategieën? Denk bijvoorbeeld aan afleiden (zie blogbericht van vorige week), of verdoven met alcohol of veel snoepen.
  • Denk eens terug aan de laatste keer dat je verdriet had of ontevreden was. Als je niks te binnen schiet, doe dit de volgende keer dat je zo’n gevoel ervaart. Iets ging er niet zoals je wilde. Wat deed je toen? Durfde je het echt te voelen? Zo niet, kan dat nu alsnog?
  • Toont dit verdriet of deze frustratie je wat je echt wil? Wat is echt van waarde voor jou? Waar gaat je hart van open?